ClusterTriage / Blog / Strategie

Wat gaat het worden: Klassiek Hyper-V of Azure Local?

Bijna elke maand komt dezelfde vraag op tafel. Een klant staat voor een refresh, het oude cluster is afgeschreven, en iemand in het team heeft op een Microsoft-slide gezien dat alles naar Azure Local moet. “Of moeten we toch nog Azure Stack HCI doen?” Dan moeten we eerst een misverstand opruimen, want Azure Stack HCI bestaat niet meer.

Microsoft hernoemde het in november 2024 tot Azure Local. Bestaande clusters zijn automatisch meegegaan, en Azure Arc bleef onverkort verplicht. De onafhankelijke, on-prem variant die veel beheerders eigenlijk in hun hoofd hebben, een HCI-cluster dat draait zonder een constante verbinding met Azure, is daarmee van tafel. Wat overblijft is een echte keuze: Azure Local met Arc, of een klassiek Hyper-V failover cluster op gedeelde storage. En in een verrassend groot deel van de gevallen adviseren wij dat tweede.

Door Hans Vredevoort · 25 juni 2026 · 5 minuten leestijd · Strategie

1. Geen anti-cloud-reflex

Dat is geen anti-cloud-reflex. We bouwen Azure-omgevingen, we draaien Arc waar het past, en we hebben klanten waar Azure Local precies het juiste antwoord is. Maar de redenen waarom mensen denken Azure Local nodig te hebben, kloppen lang niet altijd met wat ze daadwerkelijk nodig hebben.

2. Kijk eerst naar de runtime

Kijk eerst naar de runtime zelf. Een Hyper-V failover cluster op een SAN draait of er nu internet is of niet. Geen registratie, geen externe control plane, geen abonnement dat verloopt. We hebben omgevingen gezien waar een Azure-storing aan de andere kant van de wereld geen enkele rimpeling gaf in de productie, simpelweg omdat er in die keten niets zat dat naar Azure hoefde te praten. Voor een ziekenhuis, een productielijn of een schip op zee is dat geen detail, dat is de hele businesscase.

3. De kosten: eenmalig versus elke maand

Dan de kosten. Je koopt Windows Server Datacenter één keer, eeuwigdurend, met een licentie per fysieke core, en op die host dekt het onbeperkt VM's. Echter, bij Azure Local huur je: ongeveer tien dollar per fysieke core per maand, bovenop je hardware, en de gast-Windows licentieer je apart. Neem twee nodes van elk 32 cores. Dat is grofweg 640 dollar per maand alleen aan hostkosten, voordat je één VM licentieert, en het blijft lopen of je nu groeit of stilstaat. We rekenen het in elke adviesronde door, en bij stabiele, voorspelbare workloads wint de eenmalige aankoop vaak. Niet altijd, maar vaker dan de slides suggereren. Één reële uitzondering, al snijdt die de andere kant op: heb je al Software Assurance op Datacenter, dan kan Azure Hybrid Benefit de hostfee van Azure Local kwijtschelden, maar alleen op een cloud-connected opstelling met Storage Spaces Direct, niet op een SAN en niet offline. Wie juist van Azure af wil, heeft er dus niets aan.

4. Volwassenheid en de mensen die het kennen

En misschien wel het belangrijkste: volwassenheid. Failover Clustering bestaat sinds 2008. De valkuilen zijn bekend, de runbooks liggen er, en je mensen kennen de stack tot in alle hoeken. En je staat er niet alleen voor: er is een leger aan mensen beschikbaar met kennis van Hyper-V en SAN. Je huurt het in, je haalt er een consultant bij, of je zoekt een forum af en vindt iemand die jouw probleem al heeft opgelost. Je storageteam weet hoe de multipathing, de zoning en de firmware van het SAN zich gedragen, want ze beheren het al jaren. Bij Azure Local ga je over op een compleet nieuw updatemodel, de zogenoemde solution updates. Daar komt een nieuwe afhankelijkheid van gevalideerde hardware uit de catalogus bij, en een veel beperktere groep mensen die het kent. Dat is allemaal leerbaar, maar het is wel een nieuwe stack met nieuwe manieren om stuk te gaan, en die rekening betaal je in de eerste jaren.

5. Hoe lang een klassiek cluster meegaat

In onze cluster assessments zien we vooral hoe lang zo'n klassiek cluster meegaat. De meeste bedrijven schrijven servers in zo'n vijf jaar af. Een goed opgezet Hyper-V cluster op een fatsoenlijk SAN gaat daar comfortabel overheen, en draait zes of zeven jaar mee op niet veel meer dan firmware-updates, patchrondes en af en toe een vervangen schijf. Dat is geen romantiek voor het oude, dat is gewoon een lage TCO en weinig verrassingen. De keerzijde noemen we er gewoon bij. Je doet die patchrondes zelf, node voor node, met Cluster-Aware Updating en je eigen onderhoudsvenster. Je SAN is een ontwerpkeuze die je goed moet maken, want de zoning, de multipathing en de redundantie bepalen je uptime, en niemand vangt dat centraal voor je op. En je krijgt geen Azure-beheervlak dat al je locaties in één oogopslag toont. Wie dat laatste echt nodig heeft, koopt met Azure Local iets reëels.

6. Het disconnected-argument

Dan het “maar het draait nu toch disconnected”-argument, want dat komt elke keer langs. We hebben het opnieuw gecheckt. De disconnected operations van Azure Local laten je inderdaad draaien zonder cloudverbinding, maar dat doen ze door de hele Arc control plane lokaal te hosten, in een virtuele appliance. Het is dus nog steeds Arc, van boven tot onder. Je draait Arc alleen op je eigen ijzer. En die appliance is niet gratis: hij vraagt fysieke machines, minstens drie voor de management-instance, honderden gigabytes ruimte, en hij is nog steeds preview. Het paradepaardje, AKS, werkt nog niet in een volledig air-gapped deployment. Dus als je reden om offline te willen is dat je het Azure-besturingsmodel sowieso niet wilt, dan haalt disconnected Azure Local dat model niet weg. Het verhuist het naar je eigen rack en geeft je de rekening om het te draaien. Een klassiek cluster draait offline sinds dag één, zonder mitsen en maren.

7. Minder definitief dan het voelt

Goed nieuws voor de twijfelaars: de keuze is minder definitief dan hij voelt. Beide platformen draaien Hyper-V. Je gasten en hun VHDX-bestanden verhuizen van het een naar het ander, dus begin je klassiek en wil je over drie jaar alsnog Azure Local, dan migreer je de VM's, niet je hele applicatielandschap.

8. Ons advies

Ons advies, kort. Wil je de infrastructuur bezitten, offline kunnen draaien, je kosten vooraf kennen en voortbouwen op een stack die je team al beheerst? Bouw dan het Hyper-V cluster op je eigen SAN, en houd het control plane in je eigen serverruimte. Wil je Azure-diensten en centraal beheer naar je edge brengen en accepteer je bewust de afhankelijkheid van Arc en de maandrekening? Dan is Azure Local een prima keuze, mits je hem om die reden maakt. Waar we je vooral voor willen behoeden: kies niet voor Azure Local omdat je eigenlijk de oude Azure Stack HCI bedoelt. Die is er niet meer. De vraag is niet het nieuwe of het oude HCI, maar wil ik mijn infrastructuur naar Azure tillen, ja of nee.

Dus, jouw beurt. Je staat voor de volgende refresh. Klassiek Hyper-V cluster op gedeelde storage, Azure Local met Arc, of allebei voor verschillende taken? Vertel ons waar je uitkomt, en waarom. We legden dezelfde vraag op LinkedIn in een poll voor. Breng je stem uit, deel je redenering in de comments, en we verwerken de sterkste argumenten van beide kanten in een vervolg.

Veelgestelde vragen

Bestaat Azure Stack HCI nog?

Nee. Microsoft hernoemde het in november 2024 tot Azure Local en zette bestaande clusters automatisch om. Azure Arc bleef verplicht, dus er is geen onafhankelijke, niet-Azure HCI meer te koop.

Haalt de disconnected-modus van Azure Local de Azure-afhankelijkheid weg?

Niet echt. Disconnected operations host de Arc control plane lokaal in een virtuele appliance, dus het draait zonder cloudverbinding, maar het is nog steeds Arc van boven tot onder, het vraagt extra fysieke machines, en het is preview, met AKS dat nog niet volledig air-gapped werkt.

Kan ik VM's later tussen een klassiek cluster en Azure Local verplaatsen?

Ja. Beide draaien Hyper-V, dus de gasten en hun VHDX-bestanden verhuizen. Je migreert de VM's, niet je hele applicatielandschap, waardoor de keuze omkeerbaar blijft.